Wintertraining, doelstellingen

Kracht: Men onderscheidt dynamische en statische kracht. Statische kracht is de kracht, die een spier of een spiergroep eigenmachtig tegen een bepaalde weerstand kan uitoefenen, terwijl de dynamische kracht in het verloop van de beweging plaats vindt. Kracht is in de eerste plaats afhankelijk van de mate van ontwikkeling en beweeglijkheid van het spierstelsel.

Uithoudingsvermogen: Dit karakteriseert het vermogen van de mens om langdurige arbeid te verrichten. Het wordt in de hoofdzaak bepaald door de conditie van de ademhalingsorganen en de bloedsomloop alsmede door de toestand van stofwisseling en zenuwstelsel.

Lenigheid: Daarmee wordt de beweeglijkheid bedoeld van de gewrichten met de bijbehorende aanpassingen van de banden, pezen en spieren aan belastingen, vooral rek- en strekoefeningen. Een zo groot mogelijke elasticiteit van het weefsel is een eerste vereiste voor lenigheid.

Reactievermogen: Dit is het vermogen om wijzigingen in een situatie zo snel en doelgericht mogelijk te hanteren. Het reactievermogen is onder ander afhankelijk van de contrasnelheid van het spierstelsel. Met deze is het de mogelijkheid om tot een snelle wisseling van de opwekking en remming processen in de zenuwcentra over te gaan.

Bewegingscoördinatie: Dit begrip omvat het vermogen om bewegingsprogramma's exact in bewegingsverlopen om te zetten. Enerzijds is deze coördinatie afhankelijk van de vegetatieve regulatie, anderzijds van de mate van ontwikkeling van de zojuist vermelde factoren. Daarnaast is de uitvoering afhankelijk van de te verrichten beweging.